Wie als klokkenluider misstanden aan de kaak stelt, hoeft doorgaans niet te rekenen op al te veel steun. En wanneer je een falende overheid ter verantwoording roept, kun je slechts terecht bij de nationale ombudsman. Die loopt niet over van begrip.

Nationale ombudsman Reinier Van Zutphen CC BY 3.0. – Still

‘Ik zal uw vragen niet beantwoorden,’ schrijft Reinier van Zutphen op de langste dag van het jaar. GeenDoofpot had slechts een handvol vraagtekens opgeworpen – alle even legitiem, alleen: de ombudsman heeft er geen zin in. Een opmerkelijke houding. Van goede manieren getuigt het hoe dan ook allerminst; etiquette-koningin Amy Groskamp-ten Have had de beste man ongetwijfeld een verbale draai om de oren gegeven.

Gaat de overheid in de fout, dan zijn er voor de eenvoudige burger weinig kanalen om zaken recht te laten zetten. In Groot-Brittannië wend je je in dat soort gevallen al gauw tot ‘jouw’ parlementariër, die de belangen behartigt van de inwoners van zijn of haar kiesdistrict. Niet dat dat altijd wat uithaalt, integendeel, maar je hebt in elk geval het gevoel persoonlijk vertegenwoordigd te worden.

Hier in Nederland is het minder gebruikelijk rechtstreeks naar een Kamerlid te stappen. En, laten we wel zijn, die heeft zich ook maar te voegen naar het partijbelang. Staat het onderwerp in kwestie niet hoog op de partijpolitieke agenda (of is de kwestie niet mediageniek genoeg), dan wordt er in het beste geval slechts beleefd geluisterd.

Een gang naar de rechter is alweer een stap verder, voor menigeen een stap te ver. Al was het alleen al vanwege de kosten. Bovendien hebben rechtszaken aangespannen tegen de overheid de neiging zich ellenlang voort te slepen. Blijft over: de nationale ombudsman. Een bastion van rechtvaardigheidszin en een koene strijder tegen onrecht begaan door de overheid jegens diens burgers. Op papier.

Stel: je wordt in een ministeriële missive voor gek verklaard door een overheidsdienaar. De ombudsman doet enkel summier onderzoek en zegt geen onregelmatigheden te hebben aangetroffen. Het onderzoeksresultaat wordt integraal gepubliceerd op internet. Uiteindelijk blijkt in een juridische procedure onomstotelijk dat de betreffende ambtenaar zich faliekant heeft vergaloppeerd. Er komt zelfs een uitspraak van het Gerechtshof. De overheid zat fout.

Pijnlijk. Zowel voor de overheid als de nationale ombudsman. Niettemin: een episode om lessen uit te trekken, zaken recht te zetten en het in de toekomst beter te doen. Op naar het licht! Er gebeurt echter niets. Het rapport van de ombudsman blijft ongewijzigd op het web staan. Ook komt geen van de betrokken partijen op het idee om met excuses over de brug te komen.

Hoe verzin je het, denkt u. Wie zoiets uit z’n duim zuigt, heeft een overactieve fantasie. Wij leven immers in een beschaafd land, met beschaafde ministers en beschaafde ambtenaren. En een beschaafd bastion van rechtvaardigheidszin. Lever dit scenario in bij een filmproducent en u wordt schaterlachend de deur gewezen. Dit is werkelijk te vergezocht. Ongeloofwaardig.

Maar dit is wel degelijk de ruwe werkelijkheid. Klokkenluider Edwin Giltay ondervond het aan den lijve. Jaren terug was hij getuige van een spionageschandaal op de werkvloer van een internetprovider. De militaire inlichtingendienst was ten prooi gevallen aan een interne machtsstrijd, die ten overstaan van de buitenwereld aan de oppervlakte kwam bij voornoemd bedrijf. Giltay wilde er het fijne van weten en ging op onderzoek uit. Het kostte hem, naar mag worden aangenomen, uiteindelijk zijn betrekking.

Diverse pogingen om helderheid te krijgen van het Ministerie van Defensie blijken vruchteloos. Opeenvolgende bewindslieden doen alsof hun neus bloedt, ofwel laten de kwestie over aan niet bijster geïnformeerde secondanten. Ook de inspecteur-generaal der krijgsmacht, die zaken als deze zou moeten onderzoeken, geeft blijk van een niet al te serieuze opvatting van zijn taak. Bureaus hebben lades en dit gebeuren past het beste in een la.

Eind 2014 verschijnt De doofpotgeneraal, Giltays relaas over de spionageaffaire. Het manuscript was voor publicatie ter inzage gegeven aan de toenmalige minister. Die het niet nodig achtte te reageren. De defensiemedewerker die hem als krankjorum betitelde, reageert wél. Zij het een jaar na publicatie, met een ‘kort’ geding. Resultaat: het bijkans reeds uitverkochte boek wordt door de rechter verboden. Niet bepaald een hoogtepunt voor de vaderlandse persvrijheid.

De auteur gaat in hoger beroep en het Gerechtshof Den Haag oordeelt in de lente van 2016 dat het boek weer mag verschijnen: ‘Er bestaat geen twijfel over de zorgvuldigheid waarmee Edwin Giltay het heeft geschreven.’ Fijn, dank u. Wil de ombudsman dan even dat op onjuiste gronden gebaseerde rapport uit roulatie nemen? En kan de minister wellicht excuses maken voor de ontstane heibel? Laten we wel zijn: het was een defensiemedewerker die over de schreef ging.

De ombudsman: wij zijn niet verantwoordelijk en bovendien hebben wij nu wel genoeg correspondentie van u ontvangen, de groeten. Giltay: ehm, u laat onwaarheden officieel uwerzijds rondslingeren op internet, zou u daar niet wat aan doen? Reinier van Zutphen reageert niet meer op diens vragen. Aan post zijnerzijds zal geen briefpapier meer worden verkwist, zo blijkt uit de laatste repliek van ombudszijde.

Minister van Defensie Ank Bijleveld

Defensie verschuilt zich evenzeer: wij hebben ons nooit in deze zin uitgelaten over Giltays geestelijke gesteldheid. Die uitspraak is voor rekening van een individuele ambtenaar. Die hier al lang niet meer werkt. Prettige dag nog. Dat de ministeriële missive een officieel document betreft van de Militaire Inlichtingendienst, geaccordeerd door – jawel – de minister van Defensie, doet even niet ter zake. En dat arrest van het Gerechtshof? Daar vindt Defensie verder niets van, bij monde van Ank Bijleveld.

Daar sta je dan, met je goeie gedrag. Je boek is ondertussen door menig dag- en weekblad in binnen- en buitenland positief ontvangen. Je kunt bogen op aanbevelingen van journalisten, wetenschappers, Kamerleden en zelfs een oud-minister. Interviews her en der. Het moet de hogere echelons nu toch duidelijk zijn dat in hun geledingen fouten zijn gemaakt die het verdienen (zo groot zijn de fouten wel) rechtgezet te worden.

Want leven wij niet in een beschaafd land, met beschaafde ministers en beschaafde ambtenaren? En een beschaafd bastion van rechtvaardigheidszin? We hebben nog de Tweede Kamer … Die – hulde! – de minister daadwerkelijk om opheldering vraagt. Antwoord: de zaak is onderzocht, niks aan de hand. Gaat allen rustig slapen. Daar neemt het parlement genoegen mee, niet beseffende dat het met een spreekwoordelijk kluitje in het spreekwoordelijke riet wordt gestuurd.

Alle wegen bewandeld, alle mogelijkheden benut. Voor de ombudsman ben je inmiddels een onwelkome figuur en Defensie ziet je eveneens liever gaan dan komen. Ben je dan uitgepraat? Nou, nee. GeenDoofpot gaat namelijk verder met het stellen van vragen. En Giltay zelf ook, trouwens. De betonnen muur van onbegrip gaat óóit tegen de vlakte.

Dus, Reinier en Ank: mochten jullie voordien nog met échte antwoorden over de brug willen komen – we houden ons aanbevolen.